Hersenspinsels; een nieuwe vorm van democratie

Marco van der Heide

Sommige opvattingen, die je met de paplepel zijn ingegoten, blijken op een gegeven moment niet zo vanzelfsprekend te zijn als je dacht dat ze zijn. Als jongen van vijf geloofde ik in Sinterklaas, maar dit bleek één grote leugen. Als middelbare scholier geloofde ik dat alles wat in de krant staat, de waarheid is. Dit bleek evenmin waar. En als beginnend student dacht ik dat de Verenigde Staten het beste met de wereld voor hadden. Ik zat er weer naast.

De laatste jaren begin ik steeds meer te twijfelen aan de werking van onze democratie in haar huidige vorm. Of, beter gezegd, aan de vraag of dit voor ons land inderdaad de beste (lees: de minst slechte) bestuursvorm is. Ik ben niet in de veronderstelling dat ik met mijn geringe kennis van zaken met een nieuwe bestuursvorm op de proppen kom, die de hele wereld verbetert. Maar misschien ‘zit er wel wat in’, levert het een discussie op of geeft het in ieder geval wat stof tot nadenken.

Bij de afgelopen verkiezingen heb ik rechts gestemd, met het oog op de benodigde bezuinigingen die het voor mij belangrijkste agendapunt vormden in deze financieel moeilijke tijden. Er vormde zich inderdaad een minderheidskabinet van de rechtse partijen VVD en CDA en ik was dan ook in mijn nopjes met de aanstelling van de CDA’er Jan Kees de Jager als Minister van Financiën. Dit brengt echter wel met zich mee dat ook alle andere elf ministeries worden bestuurd door een CDA’er of VVD‘er.

Hier ben ik het dan weer niet mee eens. Om een voorbeeld te noemen, Melanie Schultz van Haegen is aangesteld als minister van Infrastructuur en Milieu. Zoals ook in het verkiezingsprogramma stond (maar toen in het niet viel bij de veel belangrijkere economische plannen), is de maximumsnelheid op veel snelwegen verhoogd naar 130 kilometer per uur. In dit geval valt de afweging tussen meer werkuren (als gevolg van de kortere reistijd) en het milieu (meer vervuiling) negatief uit in het nadeel van de linkerkant van het politieke spectrum. Dit had ik liever anders gezien.

Zou het voor dit probleem geen uitkomst kunnen bieden om voor elk ministerie een minister te kiezen door middel van aparte verkiezingen? Elke burger krijgt een stem bij het aanstellen van de politieke partijen, de politici en de minister die een bepaald ministerie gaan leiden, op basis van het uitgeschreven partijprogramma. De budgettering, oftewel de vraag welk geld voor welk departement beschikbaar wordt gesteld, kan via reguliere verkiezingen worden bepaald.

In de nieuwe situatie is per ministerie een keuze gemaakt die de mening van de burger veel beter weergeeft dan nu het geval is. Geen overbodige luxe lijkt me, in een representatieve democratie. Bovendien is het hele gesteggel tussen het kabinet, dat haar beslissingen verdedigt, en de oppositie, die op alle slakken zout legt, verdwenen.

Dat dit idee het land kan verbeteren, daarvan ben ik verre van overtuigd. Misschien lees ik het over een maand nog eens, vol ongeloof wat een onzin er in staat. Waar ik wel van overtuigd ben is dat het huidige bestuurssysteem in Nederland niet het beste uit de beschikbare mogelijkheden haalt, en dat er ruimte moet zijn voor een discussie over mogelijke vernieuwingen. Brand los, zou ik zeggen.

Advertisements

En wat denk jij?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Advertisements
%d bloggers like this: