Wie het beste les geeft, wint.

Kees Fluitman

Iedereen wil het beste voor zijn kinderen. Onderwijs staat voorop, maar kwalitatief onderwijs blijkt geen vanzelfsprekendheid. Het wel en wee van onze kinderen staat dan ook altijd ter discussie, van ouder-leerkracht gesprek tot werkveld overleg. De laatste tijd klinken doffe klanken en hevig geklaag over de werkwijze van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het OCW, bestaande uit minister Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart en staatssecretaris Halbe Zijlstra, dragen op hun manier een steentje bij aan veranderingen die het onderwijs moeten verbeteren. Het zal u ook niet ontgaan zijn dat er gesleuteld gaat worden aan Passend Onderwijs, waar in totaal 300 miljoen euro bezuinigd wordt. Maar daarnaast heeft het OCW 16 november een kamerbrief ingestuurd met een voorstel voor het opstellen van een experiment met prestatiebeloningen in het onderwijs. Het experiment moet uitwijzen of bonussen in het onderwijs de kwaliteit van onderwijs verbeteren. Er ging meteen een klokkentorenbel in mijn hoofd klingelen. Want wat zijn de gevolgen van een competitief ingesteld onderwijsstelsel en willen “we” dat uberhaupt?

Om tot een antwoord te komen moest ik eerst weten wat de prestatiebeloning zal betekenen. In de “Regeling Experimenten Prestatiebeloning Onderwijs” van 16 november staat het volgende. “Prestatiebeloning is geen doel op zich maar een middel om ervoor te zorgen dat de onderwijskwaliteit op scholen nog meer centraal komt te staan. Door excellentie van leraren beter zichtbaar te maken zorgt het kabinet ervoor dat via kwaliteitsversterking van leraren(teams) de leerlingen uiteindelijk het best mogelijke onderwijs krijgen.” De minister wil dus prestatiebeloning omdat onderwijs staat of valt met de kwaliteit ervan en het erkennen van goede prestaties van leraren. Daarnaast staat erin de regeling dat er maximaal voor de helft van het aantal leerkrachten een bonus is en de beloning bepaald wordt door het bestuur van de school en landelijke normen. Van dat maximum is dertig procent bestemd voor individuele beloning en zeventig procent voor teambeloning. Er is dus inderdaad een competitie-element in dit bonus systeem.

 De volgende vraag die bij mij de pan uit rijst is Harbe en Marja hun begrip van “kwaliteit” en “best mogelijke onderwijs”. Wel, dat is prestaties. De meting van prestaties staat niet in zijn kinderschoenen en gebeurt al jaren d.m.v. prestatie-indicatoren. Indicatoren zijn de maatstaven van het begrip prestatie. Dit zijn feiten als de doorstroom van leerlingen, CITO resultaten, maar ook de mening van leerlingen of ouders, gemeten in enquêtes en bestuurspecifieke indicatoren zoals “samenwerken”. Het bestuur heeft dus een beperkte vrijheid om te bepalen welke indicatoren bepalend zijn voor de beloning. Daarvoor staan er in het plan enkele voorwaarden opgesteld, waarvan ik slechts enkele nu zal benoemen. Allereerst moeten leerling prestaties altijd een indicator voor beloning zijn. De aanvrager kan de indicatoren verder aanvullen met een of meerdere prestatie-indicatoren en tot slot moet er in het projectplan duidelijk worden welke meetinstrumenten voor de meting van de prestatie-indicatoren worden ingezet en hoe wordt gewerkt aan standaardisatie. Oftewel, de beloning is gebaseerd op “prestaties”, meetbare indicatoren. Indicatoren die duidelijk en helder moeten worden geformuleerd. En hier wringt er naar mijn mening iets. Hier klinken de kerkklokken en orgels die elk halfuur middeleeuws gekwek en gekwaak produceren in mijn hoofd.

 De indicatoren bestaan al lang en dienen ter controle van onderwijskwaliteit en als handvat en beginpunt voor discussie en werkoverleg. Als zodanig vereisen ze een nauwkeurige definiëring en constante supervisie. Er dient namelijk niet alleen een “standaard” te zijn, maar ook ruimte voor differentiatie. Dat deze discussie en de definiëring van indicatoren een constante aanscherping en wijziging vereist laat zich makkelijk bewijzen door een vergelijking met onze wetten en de structuur van onze staat. Er is stabiliteit, maar er blijft altijd verandering nodig. Dit is het eerste probleem dat ik in de prestatiebeloning zie in het huidige systeem. De definitie van indicatoren wordt wel erg belangrijk als er op basis daarvan ook bonussen worden uitgelooft. De kwaliteit van het onderwijs hangt nu af van de definiëring en controle van deze indicatoren.

In het meest gunstige geval, en dat is zeker vaak het geval, zijn we het over een heleboel dingen (indicatoren) eens. Taal is belangrijk, rekenen is belangrijk, samenwerken is belangrijk, enzovoorts. Hier begint naar mijn mening het tweede probleem dat inherent is aan elk beloning-gericht beleid: de fraudering van resultaten en vriendjes politiek. Een recent experiment met prestatiebeloning in Amerika is een goed voorbeeld. Daar staat de teller op 22 staten waar onder druk van het beloningssysteem in meer of mindere mate werd gefraudeerd. Dit gevaar is ook op de prestatiebeloning van het ministerie van OCW van toepassing omdat net als in Amerika sprake is van meting van prestaties d.m.v. leerling prestaties (indicatoren).

 Tot slot heeft de beloning een belangrijke invloed op de bepaling van indicatoren door het beleid van een school en op de definiëring van indicatoren in het algemeen. Zij krijgen als het ware een “dubbele laag”. Bij het bepalen en definiëren is niet meer alleen de kwaliteit van het onderwijs een consequentie van de definities. Ook de beloning van een school, zijn team en de individuen worden er indirect mee bepaald. Naar mijn mening is deze inmenging van een extra belang niet “gezond” voor het onderwijs.

Kortom, ik vind, tot nu toe, dat er 3 belangrijke nadelen zijn aan de prestatiebeloning die een directe uitvoering ervan in de weg staat. Deze nadelen zijn: (1) De prestatiebeloning wijst een te belangrijke rol toe aan de prestatiemeting en als zodanig aan de definitie van de indicatoren van deze prestatiemeting. (2) De prestatiebeloning is gevoelig voor gesjoemel met resultaten door leerkrachten. (3) De definiëring van indicatoren krijgt een “dubbele laag” omdat de definiëring van indicatoren een taak van onderwijzers en beleidsmensen (managers, onderwijsdeskundigen, etc.) is. Een kwestie van jezelf belonen dus. Dit zijn naar mijn mening mogelijke gevolgen van een invoering en dit wil ik niet! Kling, klokje, klingelingeling.

Advertisements

5 thoughts on “Wie het beste les geeft, wint.

  1. maarleveld says:

    Beste Kees,

    Mooi dat je zo betrokken bent bij de kwaliteit van ons onderwijs.

    Als kanttekening wil ik toevoegen dat leraren te weinig worden uitgedaagd om te excelleren in hun functie. Functie differentiatie is een taboe in het onderwijs, leidinggevenden durven er hun handen niet aan te branden terwijl het toch overduidelijk is dat sommige leraren beter zijn dan anderen. Sterker nog het is bijna onmogelijk om slecht functionerende docenten te onslaan. De angst voor competitie is groot en heeft een verlammende werking. In plaats daarvan zou het juist aangemoedigd moeten worden dat docenten in staat worden gesteld om zich te onderschijden. Een bijbehorend stelsel van beloning hoort daar ook bij. Docenten zouden kunnen kiezen voor bepaalde taken of functies binnen de school en zo richting kunnen geven aan hun loopbaan. Ik denk dus dat er een positieve werking uit zouden kunnen gaan van een nieuw stelsel van beloning.

    • Beste Maarleveld,

      Je hebt gelijk, er zijn belangrijke zaken die ik niet vermeld in mijn stuk. Ik wil vooral aangeven wat de gevaren zijn van een directe invoering van een prestatiebeloning en de consequenties die daaraan verbonden zijn.

      “Een bijbehorend stelsel hoort daar ook bij”
      Dit is dan ook juist wat ik in twijfel trek, de vraag is in hoeverre indicatoren een absolute/relatieve graadmeter van kwaliteit kunnen zijn. Ik denk dat de moraliteit van het individu in het nauw wordt gedreven in een gecentralisseerde controle van kwaliteit.

      Ik geef helaas zelf geen enkele invulling voor andere oplossingen. Ik vind ook niet dat ik dat in mijn eentje kan doen. Ik wacht dan ook op de dag dat het NOS journaal of POWnews inhoudelijke discussie kan tonen op het nieuws tussen onderwijzers, beleidsmedewerkers en vakbonden. Voor mij moet overleg en kwaliteit een vanzelfsprekendheid zijn. Iets dat je zelf opzoekt. Een gecentraliseerde controle maakt ook dit weer moeilijk.

      ps. Hoe ben je zelf betrokken bij het onderwijs?

  2. Tjark Mulder says:

    Hier een leuke aanvuling op/onderbouwing van je verhaal…standaardisatie van het onderwijs, waarom doen we de dingen zoals we ze doen? en de economische/industriele en daardoor ook politieke invloed op het onderwijs: http://www.youtube.com/watch?v=zDZFcDGpL4U&feature=youtube_gdata_player

En wat denk jij?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Advertisements
%d bloggers like this: